Wie is hij?

Als één van de grootste geleerden van zijn tijd, werd Erasmus de Prins der Humanisten genoemd. Hij leefde in de Renaissance, een periode van grote wijzigingen, gekenmerkt door de herziening van de meeste denkbeelden en een vernieuwde interesse voor de Grieks-Romeinse oudheid. Hij werd geboren te Rotterdam (1469) en stierf te Bazel (1536).

Omwille van zijn intellectuele populariteit was hij, rond zijn dertigste, vaak te gast bij koningen, keizers of andere belangrijke personen uit zijn tijd... Erasmus was een homo viator, hij was steeds onderweg en had een grote invloed op de wetenschappers van zijn tijd.

De Lof der Zotheid geniet de meeste bekendheid. Hij schreef dit werkje tijdens zijn terugkeer uit Italië, op weg naar Engeland. Bovenop het feit dat dit een pamflet is gericht tegen het gedrag van de leidende klasse en kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders, is de Lof vooral een geschenk van de humanist aan zijn vriend Thomas More bij wie hij in Engeland logeerde. Vriendschap is één van de meest sympathieke kenmerken van deze gekoesterde humanist.

Hij legde zich toe op de verdediging en de zuivering van het Latijn, de internationale en culturele taal van die tijd. Hij zorgde voor de herziening van christelijke tradities en was voorstander van een menselijkere benadering van de godsdienst en de vernieuwing van het pedagogische systeem door het publiceren van grammatica's, verhandelingen over de opvoeding van kinderen en door het oprichten van het "Collegium Trilingue" te Leuven. Erasmus is dus tegelijkertijd één van de grootste Neolatijnse schrijvers, een geëngageerd theoloog en een vernieuwend pedagoog.

top
Image

De reiziger

Ik ben een wereldburger, mijn vaderland is overal; of eigenlijk ben ik een vreemdeling voor iedereen

Het zoeken naar nieuwe bijbelse bronnen, naar beschermheren, naar financiële ondersteuning en zijn eigen verplichtingen zorgden ervoor dat hij leefde in of reisde door het meest cultureel ontwikkelde deel van Europa. Zo legde hij contact met de meest gereputeerde geleerden van de Renaissance en bouwde hij een netwerk uit van vrienden, een gemeenschap van denkers.

Erasmus bracht zijn jeugd en schooltijd door in de Nederlanden (Rotterdam, Deventer). Gedurende deze periode, en ook toen hij monnik werd te Steyn, verwierf hij de kennis van het Latijn, de universele taal van die tijd. In die periode groeide zijn belangstelling voor het elegante schrift, de fundamenten van de theologie en zijn verlangen naar Italië.

Hij verliet het klooster om te studeren aan de universiteit van Parijs (1493), waar hij les gaf in de Latijnse taal om in zijn onderhoud te kunnen voorzien.

n Engeland (1499) leerde hij Thomas More en John Colet kennen, met wie hij vriendschap sloot. Deze geleerden zullen een grote invloed hebben op Erasmus. Hij vertoefde vaak aan de universiteiten van Oxford en Cambridge, als student of als professor, ten tijde van de regering van de beroemde Hendrik VIII.

Zijn reis naar Italië (1506-1509) gaf hem de gelegenheid om de antieke nederzettingen te bezoeken, de collecties van grote bibliotheken te raadplegen, zijn Grieks bij te schaven (een must om de oude handschriften beter te begrijpen) en om geleerden te ontmoeten, die hem bij zijn opzoekingen hielpen. Hij genoot van zijn verblijf bij de drukker Aldus Manutius, maar was buitengewoon teleurgesteld door het buitensporige gedrag van het pauselijke establishment, het volkse bijgeloof en de oorlogszucht van pausen zoals Julius II, de beschermheer van Michelangelo.

Bij zijn terugkeer wordt hij tot raadsheer benoemd van Karel V en vestigt hij zich in de Nederlanden (1516-1521) waar hij in Antwerpen, Brugge, Leuven en Mechelen verblijft. Hij brengt ook een tijd in Anderlecht door, één van de huidige Brusselse gemeenten.

De laatste jaren van zijn leven verbleef hij te Bazel in Zwitserland, waar hij op 70-jarige leeftijd (1536) stilaan de dood tegemoet keek. Zijn vriend John Colet had het hem voorspeld:

Nomen Erasmi nunquam peribit
(Erasmus’ naam zal nooit vergaan” ).

top
Image

Zijn filosofie

De kernideeën die hij wenste te verspreiden zijn:

Pacifisme

Afgeschrikt door de vele oorlogen die tijdens zijn leven woedden - zoals de veelvuldige gewelddadige confrontaties tussen het huis van Valois (Frans I), de Duitse staten en het Spanje van de Habsburgers (Karel V), Engeland (Hendrik VIII) of de invasie van de Turken (Soliman de Luisterrijke) - streefde hij er herhaaldelijk naar om door middel van zijn brieven, boeken en discussies de regerende leiders ervan te overtuigen de oorlogen te beëindigen en vrede te brengen in hun land.

Kerkhernieuwing

Voor Erasmus bestaat de belangrijkste taak van de kerk als instituut uit de verspreiding van het geloof en mag de kerk bijgevolg niet beheerd worden als een staat. Met deze houding haalde hij zich veel kritiek van de traditionele theologen op de hals, die hem bedreigden met een inquisitoriale vervolging. Zijn denken en zijn onderzoek werkten op een zekere manier de protestantse hervorming in de hand. Hoewel Erasmus vaak kritiek had op de kerk, is hij nooit hervormd en stierf hij in de schoot van de Romeinse katholieke kerk.

Verdraagzaamheid

Erasmus meende dat men andermans ideeën nooit zomaar mag veroordelen. Toen hij geconfronteerd werd met andere levenswijzen (volkeren in Amerika, moslims, hervormers), heeft de humanist een concept van de mens uitgewerkt dat gedefinieerd wordt door onafhankelijkheid van geloof en een vrije wil.

Eenheid van de Europese cultuur

Hij definieerde zichzelf als wereldburger, niet gebonden aan een bepaalde streek, maar thuis in de Europese landen waar cultuur en humanisme bloeiden. De twee Europese maatschappijen waartoe hij verklaarde te behoren, waren de republiek der letteren en de katholieke kerk.


top
Image

Zijn werk

Erasmus is een eeuwige student die zijn boodschap uitdraagt via zijn boeken en duizenden brieven.

Hij was een meester in het herdefiniëren van het traditionele denken. Terwijl het leren voordien hoofdzakelijk scholastisch was, introduceerde hij een wetenschappelijke, filologische benadering bij het bestuderen van teksten.

Zijn correspondentie (3.000 bewaarde brieven van een geschatte 20.000) reikte van Polen tot Spanje en was zowel gericht aan koningen als aan gewone klerken. Hij beweerde dat hij soms meer dan veertig brieven per dag schreef.

De Adagia en Colloquia zijn pedagogische boeken die de traditionele grammatica's en schoolboeken moesten vervangen.

Zijn belangrijkste verwezenlijking in de ogen van zijn tijdgenoten was de vertaling van het Nieuwe Testament, vanuit het Grieks naar het Latijn, die de duizend jaar oude tekst van Hiëronymus, de Vulgaat, verving.

Vertalingen van Grieks-Latijnse auteurs toonden zijn bekwaamheid om op een delicate manier oude teksten te reconstrueren.

Zijn werk is uitsluitend in het Latijn en in het Grieks geschreven, maar werd al tijdens zijn leven in verschillende volkstalen vertaald (Engels, Duits, Frans, Italiaans, Hongaars, Spaans, enz.)

top
Image