Marie-Jo Lafontaine, Les larmes du ciel

Artieste
Marie-Jo Lafontaine woont en werkt in Brussel. Vanaf de jaren zeventig ontwikkelt ze een tweeledig werk dat enerzijds wordt gevoed door thema’s als hartstocht, geweld en verlangen en anderzijds door een onderwerp als de kwetsbaarheid van de wereld. Sinds het midden van de jaren negentig filmt en fotografeert ze steeds vaker de vier elementen : ze maakt beelden met water, vuur en wolken als uitgangspunt. Het werk dat ze voor het Erasmushuis maakte, houdt verband met het wegstromen van alles en met de kwetsbaarheid van de wereld : het is een weerspiegeling.

Beschrijving
Zeven met water gevulde vijvers van verschillende afmetingen in amandelvorm. Het water komt tot aan het gras en de waterpartijen lijken op spiegels die de lucht weerspiegelen. Op het wateroppervlak vormen metalen letters een spreuk van Erasmus (in iedere waterpartij vindt men een andere spreuk). De bodem van alle vijvers is bedekt met kiezels (Alpi verde), zodat het wateroppervlak donkerder wordt en het meer op een spiegel lijkt.

Adagia
¶ 1012 : Difficilia quæ pulchra (« Mooie dingen zijn moeilijk »)
¶ 1193 : Ubi bene ibi patria [Quavis terra patria] (« Waar men zich goed voelt, is het vaderland »)
¶ 201 : Aut regem, aut fatuum nasci oportere (« Men moet als nar of al skoning geboren worden »)
¶ 224 : Ubi amici, ibi opes (« Daar waar vrienden zijn, is er rijkdom »)
¶ Epistola 1314 : Civis mundi sum, communis omnium vel peregrinus magis (« Ik ben een wereldburger, mijn vaderland is overal ; of eigenlijk ben ik een vreemdeling voor iedereen »)
¶ 3144 : Sidera addere cælo (« Sterren toevoegen aan de hemel »)
¶ 1001 : Festina lente (« Haast je langzaam »).

Afmetingen
2 bassins van 7,40 x 1,65 m ; 1 van 7,10 x 1,60 m ; 1 van 5,80 x 1,50 m ; 2 van 5,20 x 1,40 m en 1 van 4,70 x 1,25 m.

Materialen
Gegalvaniseerd staal (bassins), Marmer (grondlaag bassins), tin (letters), water.

Website van de artieste
http://www.marie-jo-lafontaine.com/

top
Lafontaine (2001, Brohez)¬ Lafontaine¬ Lafontaine¬ Lafontaine

Bob Verschueren, Levensvulkaan

Artiest
Bob Verschueren woont en werkt in Brussel (België). Stopt in 1978 met schilderen en legt zich vanaf die periode toe op het werken met natuurelementen (wind, licht, plantensoorten, geluid, enzovoorts) waarmee hij vergankelijke installaties maakt. Het observatorium van de « Filosofische Tuin » is zijn eerste blijvende kunstwerk. Eigenlijk ligt het aan de manier waarop duur ervaren wordt, want ook de beukenstronk zal uiteindelijk verdwijnen onder het mos of onder invloed van het stromende water. Bob Verschueren werkt met de energie van de natuur die min of meer altijd het laatste woord heeft als het gaat om de definitieve vorm van zijn kunstwerken.

Beschrijving
Een ondergronds observatorium vormgegeven met een muur. Een helling in spiraalvorm stelt de wandelaar in staat om af te dalen. In het midden doet een verkoolde boomstronk dienst als fontein.

Afmetingen
5,11 m. (diameter), 1 m (diepte).

Materialen
13 ton stenen (« Maanstenen »), boomstronk van een honderdjarige beuk van het domein van het Kasteel van Seneffe, een hydraulisch systeem.

Realisatie
De muur werd door opeenstapeling door twee metsers gerealiseerd, een Schot (Max Nowell) en een Engelsman (Andrew Loudon). De stronk werd

« geprepareerd » door de Belgische snoeier Christian Cauwe.

top
Image

Catherine Beaugrand, Loci

Artieste
Catherine Beaugrand woont en werkt in Parijs. Sinds 1978 maakt zij werken waarin zij de stedelijke ruimte en de representatie van de wereld onderzoekt. Binnenin plekken, die beter beschreven kunnen worden met de term « sketches » dan met « installaties », ontwikkelt zich een tweeledig vertoog dat bezit neemt van de architecturale vormen en van de vertelling. Binnenin de plekken ensceneert Catherine Beaugrand de snelle metamorfose van de openbare ruimte. Zo heeft zij op basis van themaparken een serie werken uitgevoerd op het gebied van film– en beeldende kunst. Het meest recente voorbeeld daarvan is te vinden in het park van het Château de Chambord. Zij was geïnteresseerd in de verschillende taalkundige uitdrukkings-mogelijkheden van de ruimte die spelen in het Religieuze Gastmaal, waarin de natuur spreekt en zichzelf ensceneert.

Beschrijving
Het eerste deel bestaat uit de productie van een plek op basis van het thema vriendschap. Het project is een soort omheining van loof die gedeeltelijk een boom omcirkelt. Er onstaat een relatie tussen de twee elementen ; de architectuur en de boom raken in evenwicht met elkaar door hun gemeenschappelijke oorsprong, namelijk de natuur.


De tuin in kaart brengen
Het tweede deel van het project gaat in op de uitnodiging om op een globalere manier na te denken over het gedachtegoed van Erasmus. Dit deel berust op de problematiek zoals die in de loop van de ontwikkeling van het project tot uiting kwam. Het was de bedoeling wandelroutes of momenten te scheppen in de vorm van korte lijnen die een interactie aangaan met de andere projecten. Deze lijnen worden gematerialiseerd als loci– waarbij locus is opgevat in de betekenis van « vat ». Door de wijze waarop ze werden « geplaatst » genereren deze « vaten » een soort genius loci. De vaten hebben een identieke vorm en zijn van hetzelfde materiaal. Hun omvang, vorm en gebruik verschillen steeds. Toch moeten ze door hun fysieke gesteldheid aan een paar gemeenschappelijke regels gehoorzamen : ze kunnen worden geplant, ze kunnen liggen, staan of opgericht worden. Tussen de eenvoud van de vorm en de gedachte aan hun onderlinge relatie, tussen de lineariteit van het proces van opeenvolging, en de verschillende standpunten die worden voorgesteld in de mogelijke relatie met de andere projecten, tussen het al lopend kijken en een bespiegelende blik, tussen nomadisme en verdwijnpunt, zijn deze loci paadjes waarlangs de metamorfose plaatsvindt. » (Catherine Beaugrand)

Afmeting
2,60 m (H)

Materiaal
11 Fagus sylvatica (Hagebeuk)

top
Image¬ Image

Perejaume, Cambra

Plus loin dans le jardin, un peu à l’écart, une pièce fait écho au lieu de quarantaine décrit dans le Banquet religieux. Construite à l’aide de 11.500 lentilles de verre, cette chambre de vision a été édifiée par Perejaume pour solliciter notre regard sur le jardin : véritable mise en question de nos perceptions. Le jardin est mis à l’épreuve de la représentation. Pénétrant dans cette architecture, le vertige s’empare de vous à cause de la surabondance des visions qui vous sont offertes. Il faut reprendre pied, retrouver l’équilibre. Le ciel – car l’oeuvre n’a pas de toit – vient à votre aide, avec les nuages qui redonnent limpidité et stabilité au monde. À l’extérieur de cette chambre aux sortilèges, le calme revient. La pièce reprend son innocente apparence architecturale. Notre aimable promeneur, s’il visite le musée, réalisera que cette “chambre ”a été imaginée à partir du module perspectiviste qui rythme la salle Renaissance – 1515 – et des vitraux colorés qui modulent sa lumière.

Artiest
Perejaume werkt en woont in Catalonië, in Sant Pol de Mar. Sinds de jaren zeventig legt hij zich toe op kunstwerken die het begrip landschap ter discussie stellen. Met behulp van schilderijen, beeldhouwwerken en gedichten, denkt hij na over de mechanismen van een representatie die zowel visueel als literair geïnspireerd is. Perejaume ziet de wereld als een immense tentoonstellingsruimte waarin hij zijn topografische werken toont die het kunstmatige van die wereld laten zien. Het werk dat hij voor de « Filosofische Tuin » maakte, een « foli » in de oude betekenis van het woord (buitenplaatsen van de rijken in de zeventiende en achttiende eeuw), is een machine om naar het landschap te kijken. De machine lijkt op de kunstgrepen die wandelaars in achttiende eeuwse parken en landschappen toepasten (met behulp van zogenoemde « fabriques », een soort « nepmonumenten ») om het « kunstzinnige » karakter van de natuur beter te kunnen bewonderen (bijvoorbeeld de miroir Claude.).

Beschrijving
Een tuinhuisje bestaande uit 83 gebrandschilderde ruitjes. Er is een opening zodat de wandelaar het gebouwtje binnen kan lopen om van daaruit naar de tuin te kijken.

Afmeting
3,60 x 2,40 x 1,80 m.
Materiaal
Staal bedekt met koper (structuur), 11.500 lenzen, lood.
Realisatie
De glasramen werden gerealiseerd door Marta Depazurueña en Montserrat Sarmientojuan van het Centre del Vidre in Barcelona.

top

Pierre Portier, banken en signalisatie

Pierre Portier vervaardigde twee banken in de tuin van het Erasmushuis. Ze nodigen uit tot lectuur en convivialiteit. Een derde bank ligt ter studie. Hij heeft ook de vier delen van de signalisatie ontworpen bij het binnenkomen van de tuin.

Artiest
Pierre Portier leeft en werkt te Esneux (B). Hij realiseert voornamelijk hedendaagse meubels.

top
Bornes¬ Banc 1¬ Banc 2

Benoît Fondu, landschapsarchitect van de Filosofische tuin

Landschapsarchitect
Opgeleid te Gembloux en te Londen, voelt Benoît Fondu voor alles tuinmanr. Passionné de botanique, il crée des jardins depuis une vingtaine d’années en Belgique, en Angleterre, en France, en Allemagne et en Suisse. Son grand intérêt pour la restauration des jardins historiques l’a amené à se former en Grande Bretagne, à travailler dans ce pays puis sur le continent : il dirige actuellement la recréation du parc du château de Seneffe (XVIIIe siècle). Sensible à l’art et à son inscription dans la nature et les jardins, il aime concevoir des lieux en symbiose avec des oeuvres d’artistes.

Beschrijving
L’intervention de l’architecte du paysage, outre l’assistance technique aux artistes, se remarque dans l’aménagement général de l’espace et plus particulièrement dans le dessin des parterres en forme de feuilles : Salix fragilis (Saule), Castanea sativa (Châtaignier), Tilia americana (Tilleul), Carpinus betulus (Charme). Dans l’espace du « Jardin des maladies » aménagé par René Pechère (1987), il a implanté une haie d’ifs afin de dynamiser la perspective de l’allée de Charles Van Elst (1932). La suppression des buissons qui bordaient le mur d’enceinte a permis de reprendre possession de l’espace du verger et de souligner ce mur qui apparaît aujourd’hui comme une seconde clôture après la première qui délimite le « Jardin des maladies. » Les chemins ont été recouverts de copeaux de bois afin d’atténuer la dureté de la dolomie préexistante.

top

René Pechère, architect van de kruidentuin


René Pechère (1908-2002), un des grands créateurs européens de jardins de la seconde moitié du XXe siècle, s’est fait connaître par le jardin des quatre saisons et le jardin congolais qu’il réalisa à l’Exposition de Bruxelles en 1958, puis par ceux qu’il créa pour des châteaux ou de simples maisons en Belgique, en France, en Allemagne ou en Hollande. Le labyrinthe et le jardin du cœur qu’il dessina pour les van Buuren à Uccle lui ont assuré une renommée internationale. Le jardin de la Maison d'Érasme est un des derniers jardins qu'il réalisa en Belgique en 1988.¬

Né à Ixelles en 1908, architecte de jardins et urbaniste, président-fondateur du Comité international des Jardins et Sites historiques, past-président d'Espaces verts et Art des jardins, ancien professeur à l''cole nationale d'Architecture et des Arts visuels (La Cambre) et à l'école d'Art américaine de Fontainebleau, past-président de la Fédération internationale des architectes-paysagistes et de l'Association belge des architectes de jardin, auteur de plus de 900 jardins privés et publics.


top
Image Pechère¬ Jardin des maladies